Twee mensen met glazen win op een picknick kleedje
Flirty verhalen

Kouros en de walkman

Je ging een week op huifkarrenkamp en wat was ik daar ziek van. Letterlijk, ik moest er zelfs van overgeven. Normaal gingen er weleens weken voorbij dat ik je niet sprak, maar elke week ving ik ergens wel een glim van je op. Er was tenminste altijd een mogelijkheid dat ik je tegen kon komen. Een ontmoeting met jou was mogelijk na elke hoek van de straat. Ik fietste vaak een blokje om, als ik het gebrom van je Gilera Citta, dat ik inmiddels uit duizenden verkeersgeluiden kon herkennen, hoorde opgaan in het geruis van de stad. 
Maar nu was je weg. En ik was ziek. 
Ik zette ‘Listen to your heart’ van Roxette op repeat en lag dagenlang lusteloos in bed. 

Mijn vriendin Annika begreep er alles van. Zij was net zo verliefd op mijn overbuurjongen Stefan als ik op jou, Tim. Jij, die twee huizen verderop van haar woonde. 
We kenden jullie roosters uit ons hoofd en fietsen ‘toevallig’ voorbij als jullie uit school kwamen. Hadden we jou net gezien, dan raceten we naar mijn buurtje en stonden we nonchalant te kletsen aan het eind van mijn steeg schuin voor de deur van Stefan. 

Ook moesten we altijd naar de supermarkt (even naam opzoeken) doen voor Annika’s opa, uiteraard op dinsdag na vier uur als jullie daar de vakken vulden. Soms kwamen we jou niet tegen, dan sleurde Annika mij mee en liep schaamteloos terug omdat we iets ‘vergeten’ waren. Hetzelfde deed ik bij haar als we Stefan niet zagen. 
Ik sprak Stefan gelijk aan, in zijn buurt had ik het hoogste woord. Maar als wij met jou stonden te kletsen, durfde ik amper in jouw richting te kijken.
Wat we in onze gesprekken tegen elkaar zeiden, kan ik me nauwelijks herinneren. De kriebels in mijn buik nadat ik een vleugje Kouros rook als jij je omdraaide, herinner ik me des te meer.

een kermisattractie


Ik weet nog dat Annika en ik op de kermis naast de botsauto’s stonden. Jij kwam voorbij en draaide een rondje. In een flits zag ik je licht grijze ogen. Je keek naar me, je keek naar me! En opmerkelijker nog; ik keek terug en bleef kijken.
De doffe dreunen van op elkaar knallende botsautootjes, de flikkerende discolampen, de lachende kermisbezoekers: al die prikkels explodeerde in die blik. In mijn herinnering schalde ‘You’ van Ten Sharp… ‘You, you are always on my mind. You, you’re the one I’ve been living for’ uit de boxen… Maar het had ook zo maar ‘I’d die without you’ van P.M. Dawn geweest kunnen zijn…
Ik kon er dagen niet van slapen. 

Na de zoveelste ‘toevallige’ ontmoeting stonden we opeens alleen, in de steeg. De steeg waar we elkaar al zo vaak waren tegen gekomen en waar we met Stefan en Annika regelmatig rondhingen. Maar Stefan moest werken en Annika verzon een smoes, glimlachte en vertrok. 
Ik zat op mijn fiets, jij op je brommer, allebei leunend tegen de muur. Ik pulkte aan draadje van mijn oversized T-shirt en trok ongemerkt mijn legging wat hoger op, terwijl ik mijn uiterste best deed om niets stompzinnigs uit mijn mond te laten komen. Met mijn gepermanente krullen bedekte ik zoveel mogelijk van mijn gezicht, wat de rode kleur ervan ongetwijfeld niet kon verhullen. En jou recht aankijken durfde ik uiteraard nog steeds niet. 
Jij praatte zacht en haperend, totdat het maandbandje je te binnen schoot. Op school circuleerde elke maand casettebandjes met de laatste hits die iedereen graag wilde hebben.
‘Ik heb het maandbandje nog voor je overgetaped,’ zei je opgewekt. Zelf had ik daar nooit om durven vragen, maar Annika had dat voor mij gedaan.
‘Het ligt nog bij mijn vader, zal ik het even halen?’
‘Oh wat lief, nee hoor, dat komt wel. Je hoeft het niet nu speciaal op te halen.’
‘Geen punt, met de brommer doe ik dat in 10 minuten. Rij anders even gezellig mee.’
Mijn adem stokte en een bijna misselijk gevoel overviel me. 
Ondanks mijn verlegenheid, liet ik die kans toch echt niet voorbijgaan.
‘Oké,’ zei ik op vastberaden toon waar ik zelf verbaasd over was. 

Ik zette mijn fiets op slot en stapte voorzichtig bij jou achterop. Ik moest je vasthouden, daar was geen ontkomen aan. Het liefst had ik mijn armen helemaal om je heen geslagen, maar ik pakte je toch maar vast in je zij. Zij het iets steviger dan de bedoeling was. 
Waar mijn lichaam het jouwe op verschillende plekken aanraakte schoten stroomstootjes mijn lijf in. Je oh zo vertrouwde Kourosluchtje rook ik zo dichtbij heerlijk intens en maakte me zelfs een beetje duizelig. 
‘Zit je goed?’ en daar gingen we. 
Ik kroop iets dichter tegen je aan en sloot mijn ogen.

Een stelletje, de vrouw ligt op de schoot van de man


Ik mijn gedachten reden we naar het bos waar jij een picknickmand en een groot kleed tevoorschijn toverde, waar we de rest van de middag op zouden chillen. Samen zouden we om beurten naar onze lievelingsliedjes op de walkman luisteren. Ik: ‘Life’ van De’ree, jij: ‘Kingston Town’ van UB40, ik: ‘All around the world’ van Lisa Standsfield, jij: ‘Insomnia’ van Faithless…
Zonnestralen zouden steeds feller tussen de bladeren van de bomen schijnen, maar een koel briesje hield alles perfect in evenwicht. We zouden grinniken om alle kapriolen die Annika en ik uithaalden om jou en Stefan te zien. Een beetje doorzichtig vond jij het zeker, maar je voelde je ook gevleid. Je zou toegeven dat jij ook wel eens een extra rondje door de stad reed in de hoop om mij te zien. Ik zou blozen en wegkijken. Jij zou je je hand op mijn wang leggen om mijn gezicht naar je toe te draaien. Jij zou me kussen en ik zou je aankijken. Ik zou echt naar je kijken.

Een knuffelend stelletje in een veld met bloemen en een ondergaande zon

Dit had het begin van een prachtig sprookje kunnen zijn, maar de liefde was niet wederzijds. Geen picknickkleed, geen walkman, geen kus en ik heb jou nooit echt ‘mogen’ zien.
Jij werd verliefd op een ander en ook mijn wereld werd – zij het – jaren later weer op z’n kop gezet, zelfs nog een paar keer. Maar nooit zo allesomvattend als bij jou, Tim, mijn eerste liefde. 

Toen ik een paar maanden na jouw huifkarrenkamp zelf voor het eerst op schoolreisje ging kocht ik een reisportemonneetje en daar stopte ik een foto in van jou. Vaag en van veraf, genomen met een analoog wegwerpcameraatje vanuit de slaapkamer van Annika. Ik herkende je eigenlijk alleen aan je groene Adidas trainingspak dat je volgens mij zelfs in je slaap aanhield! Maar met die foto was je tenminste een klein beetje bij me. 
Binnen in het portemonneetje had ik met dikke stift ‘I love Tim’ geschreven. 

Die foto is inmiddels al lang verdwenen, maar tot op de dag van vandaag gaat die portemonnee nog altijd mee op vakantie en tovert ‘I love Tim’ nog steeds een glimlach op mijn gezicht en zelfs af en toe nog een kriebeltje in mijn buik.

Houten hartjes

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Deze inhoud is beschermd!